Bidden om eenheid

Al meer dan een eeuw bidden christenen over de gehele wereld deze week voor de eenheid onder elkaar. Dat hebben we ook in onze kerk gedaan, gezamenlijk met onze buren: de Rooms-katholieke parochie van de Heilige Geest en de Anglicaanse Church of Saint Boniface. Ook de Chemin Neuf gemeenschap in Berchem deed mee.

Bidden kan een zwaktebod lijken. Is het niet beter gewoon tot actie over te gaan? Bidden kan een doekje voor het bloeden zijn — een avond bidden om eenheid om daarna de rest van het jaar weer de eigen gescheiden wegen te gaan. Toch ben ik blij dat we het ieder jaar doen, omdat we zo al biddend de eenheid zoeken en vinden.

Aan de ene kant zeggen we door te bidden dat we er nog niet zijn. De eenheid van de kerk is nog verre van volmaakt en zal dat ook nooit worden. Tussen en binnen kerken zullen er altijd verschillen, conflicten en afstand blijven.

En tegelijk zeggen we dat we er wel naar verlangen. We zoeken naar een eenheid die sterker is dan de verschillen en die in staat is om conflicten en verdeeldheid te overwinnen. En dat verlangen geven we ook vorm door elkaar op te zoeken. We gaan elkaar niet uit de weg, maar willen elkaar ontmoeten, vriendschap sluiten en samenwerken.

Door te bidden geven we ook een voorbeeld vandaag.
De neiging is in onze dagen groot om te kiezen voor een eenheid van de eigen groep (de meerderheid of een minderheid) die zich afgrenst van de anderen en opstelt tegenover andere groepen en mensen — uit angst of frustratie, uit een minderwaardigheidscomplex of een meerderwaardigheidsgevoel. Ook voor de kerk is dat een verleiding: ons terugtrekken in ons kerkfort of een parochie of gemeente voor gelijkgezinden en mensen van dezelfde kleur, spiritualiteit en achtergrond.
Maar door samen te bidden met anderen kiezen we om de anderen en de verschillen te zien en te erkenen. We zijn niet alleen in de kerk en in de wereld en wij zullen het met elkaar moeten doen. Dat is een vorm van gezond realisme, dat we moeten hoog houden tegen het individualisme, tegen de ideologie van het eigen volk en tegen de gevaarlijke kretologie van de Alfamannetjes van vandaag.

Door te bidden kiezen we voor een kwetsbare manier van leven — dat is me misschien nog het meest dierbaar. Bidden is geen politiek, geen beleid, geen actie. Ze is een kwetsbare vorm van vertrouwen en overgave aan God. Eenheid is niet ons programma, maar de zaak van God. De kerk is niet van ons, maar van Christus en Christus is van en voor allen.

Zo hebben we gisteren gebeden om eenheid en die al biddend, zingend en elkaar ontmoetend ook ontvangen.

Kinderen van de hoop

kinderkerk_4Bij de voorbereiding van de preek over het visioen van de wereldvrede in het boek van de profeet Jesaja (2:1-4) las ik wat over de hoop. Daarbij kwam ik het gedicht ‘Het kind’ van Muus Jacobse tegen, waarvan de laatste strofe luidt:

‘Nog altijd kan de wereld nieuw beginnen,
In ieder kind kan het opnieuw beginnen.
Zolang God kinderen in ons midden zendt,
Heeft Hij zich nog niet van ons afgewend.’

Op een of andere manier zijn de kinderen de brengers van de hoop. Zij zijn de volgende generatie en daarmee dus de hoop op de toekomst, zij staan open voor het leven dat voor hen ligt, maar dieper nog zijn ze het geschenk van een nieuw begin, van mogelijkheden en wonderen die wij niet zomaar zien.

Daarom ben ik blij dat er iedere zondag kinderen in de kerk zijn — als levende, echte, spelende en vaak lachende tekens dat de wereld (en de kerk) telkens weer opnieuw begint en God naar ons omziet.

Ds. Johan Visser

Is gezondheid alles?

‘Als je maar gezond bent’; ‘Gezondheid komt voor alles.’ U zult die opmerkingen vast wel eens hebben gehoord of ook zelf in de mond hebben genomen. Dominee Johan Visser schreef een blog daarover. Hij vraagt zich af of deze opmerkingen kloppen en wat ze zeggen over de plaats van gezondheid in onze manier van leven en denken. Is hier sprake van wat de Bijbel afgoderij noemt?

Lees verder op de blog.

Schaamte

ikschaammij

Boven de preekstoel van onze kerk staat in grote blokletters een zin uit de brief van Paulus aan de Romeinen (1:17): ‘Ik schaam mij het evangelie van Christus niet.’ Je moet nog een woordje toevoegen aan het zeventiende-eeuwse Nederlands uit de Statenvertaling en dan krijg je een begrijpelijk zin: ‘Ik schaam mij voor het evangelie van Christus niet.’
Het blijft een wonderlijke keuze om die tekst op de muur te zetten. Blijkbaar was schaamte een optie — voor Paulus die dit schreef halverwege de eerste eeuw, voor de bouwers van deze kerk aan het einde van de negentiende eeuw … en voor ons vandaag ook. Maar dan toch steeds weer doorlezen tot het laatste woordje: ‘niet’.

Geen ‘gatengeloof’

Gelezen bij Dietrich Bonhoeffer, Duits theoloog en martelaar (1906-1945):

We moeten God vinden in wat we kennen, niet in wat we niet kennen.

Dietrich Bonhoeffer

Veel mensen denken en proberen God te vinden in de ‘gaten’ van het leven: in de nood, in ons falen, na de dood, in de zaken die ons verstand te boven gaan (zoals de vraag waar het leven vandaan komt). Hoe begrijpelijk ook, zo’n manier van geloven is te beperkt en te klein. Daarom is de gedachte van Bonhoeffer zo belangrijk: juist in wat we kennen als mensen (onze mogelijkheden, onze wijsheid, onze kracht, onze kennis) kunnen en moeten we God vinden. God spreekt ons niet alleen aan in onze nood en tekorten, maar ook op onze verantwoordelijkheden, roeping en mogelijkheden. Dan wordt ook het ‘gewone’ leven van werk en wetenschap, opvoeding en samenleving, cultuur en vrije tijd een plek waarin God zich laat zien.

Citaat: Een woord voor elke dag (Ten Have 1995) 20 september.